Het Oude Rome
Volgens de legende stichtte Romulus de stad op 21 april 753 v. Chr. op de Palatijnse heuvel — nadat hij zijn tweelingbroer Remus had gedood. In werkelijkheid groeide Rome uit een verzameling herdersdorpen tot een stad die de wereld zou overheersen.
Koninkrijk & Republiek (753–27 v. Chr.)
Zeven koningen regeerden over Rome, totdat de laatste — Tarquinius Superbus — in 509 v. Chr. werd verdreven. De Romeinse Republiek werd geboren: Senaat, consuls, volksvergaderingen — een systeem dat de Amerikaanse Founding Fathers 2.000 jaar later kopieerden. In de daaropvolgende eeuwen veroverde Rome eerst Italië, daarna Carthago, Griekenland, Egypte en het gehele Middellandse Zeegebied. De Karthaagse koning Hannibal met zijn olifanten, Julius Caesars verovering van Gallië en zijn moord op de Iden van maart (44 v. Chr.) — dat alles gebeurde hier.
Keizertijd (27 v. Chr. – 476 n. Chr.)
Augustus (27 v. Chr. – 14 n. Chr.) transformeerde de republiek tot een imperium en veranderde Rome van een stad van bakstenen in een stad van marmer. Daarna kwamen de grote keizers:
- Nero (54–68): Liet (waarschijnlijk) Rome afbranden en bouwde de Domus Aurea voor zichzelf.
- Vespasianus (69–79): Bouwde het Colosseum — op de ruïnes van Nero's paleis.
- Trajanus (98–117): Breidde het rijk uit tot zijn maximale omvang — van de Schotse Muur van Hadrianus tot de Perzische Golf.
- Hadrianus (117–138): Bouwde het Pantheon en de villa in Tivoli.
- Constantijn (306–337): Legaliseerde het christendom en verplaatste de hoofdstad naar Constantinopel.
Op zijn hoogtepunt omvatte het Romeinse Rijk 5 miljoen km² en 70 miljoen mensen — een kwart van de wereldbevolking destijds. Rome zelf had meer dan een miljoen inwoners — een aantal dat Europa pas in de 19e eeuw weer bereikte.
