Fado — De muziek van de ziel
Fado (van het Latijnse fatum = lot) is Portugals uniekste bijdrage aan de wereldmuziek en sinds 2011 UNESCO Immaterieel Cultureel Erfgoed. De Fado ontstond in de 19e eeuw in de havenwijken van Lissabon — in de Alfama, de Mouraria en het Bairro Alto. Zijn wortels zijn omstreden: Braziliaanse Lundum-muziek, Afrikaanse ritmes, Moorse melodieën en het verlangen van de zeevaarders — alles vloeit samen.
Hoe klinkt Fado?
Een Fadista (zanger/zangeres) zingt — meestal a capella of begeleid door een guitarra portuguesa (12-snarige luit met peervormige klankkast) en een klassieke gitaar. De stem is het instrument: rauw, klagend, intens. De teksten gaan over liefde, verlies, de zee, de stad en natuurlijk: Saudade. In de ruimte heerst absolute stilte — Fado vereist respect.
Amália Rodrigues
Amália Rodrigues (1920–1999) is de koningin van de Fado — zij bracht de muziek van de kroegen naar de wereldpodia en maakte Portugal internationaal bekend. Haar graf in het Panteão Nacional (Alfama) is een pelgrimsoord. Amália's versie van „Estranha forma de vida" (Vreemde levenswijze) is de perfecte introductie tot de Fado.
Nieuwe Fado
Sinds de jaren 2000 beleeft de Fado een renaissance: artiesten zoals Mariza, Ana Moura, Carminho en Gisela João verbinden de traditie met moderne invloeden — zonder de ziel te verliezen. Hun concerten vullen zalen wereldwijd.
